Samsom was mede-architect van de Europese Green Deal en geldt als een van de invloedrijkste Nederlandse klimaatdenkers van de afgelopen jaren. De Afvalvergroeners spraken met hem over de maatschappelijke bijdrage van AEC’s. Stellig zegt hij: “Zonder de afvalverbranders hadden we nu met veel grotere milieuproblemen gezeten. Ze hebben ons behoed voor een enorm probleem.” Tegelijkertijd ziet hij ook voor de komende twintig jaar nog een duidelijke rol voor de sector.
AEC’s en netcongestie
Samsom wijst op de restwarmte die AEC’s leveren, waarmee de druk op het elektriciteitsnet kan worden verminderd. “Door restwarmte in te zetten voor stadsverwarming kan de vraag naar elektrische warmte worden beperkt. In sommige delen van Nederland kan een volledige overstap naar individuele warmtepompen de druk op het elektriciteitsnet verder vergroten.” AEC’s kunnen volgens Samsom een belangrijke aanvullende rol spelen in grotere steden, mits ze flexibel kunnen opereren. “Dat betekent sneller op- en afschakelen. Alleen dan blijven ze relevant in het kader van netcongestie.”
Botsende beleidsdoelen
Dat het verbranden van restafval beter is dan storten noemt Samsom een “no-brainer”, vanwege de uitstoot van methaan bij stortplaatsen. “Als storten in het buitenland het enige alternatief is, is verbranden hier beter.” Dat betekent volgens hem niet dat afval per definitie een Europese vrije markt is. “Het is in mijn optiek in de kern een nationale markt. Je moet afval zo dicht mogelijk bij de bron verwerken.” Tegelijkertijd erkent Samsom dat Brussel inzet op het optimaal benutten van Europese verbrandingscapaciteit. “Hier botsen beleidsdoelen. Aan de ene kant wil je schaalvoordelen en bestaande installaties benutten, aan de andere kant wil je afvalstromen beperken en landen verantwoordelijk houden voor hun eigen afval. De juiste balans blijft voortdurend zoeken.”
Niet afwentelen
Nederland ontmoedigt de import van restafval, maar exporteert tegelijkertijd andere afvalstromen. Volgens Samsom is dat niet per se inconsequent. “Iedereen importeert én exporteert afval. Dat is inherent aan de afvalmarkt.” Hij wijst op het spanningsveld tussen efficiëntie en verantwoordelijkheid. “Aan de ene kant wil je afval zo gespecialiseerd en efficiënt mogelijk verwerken, soms geconcentreerd op één locatie. Aan de andere kant wil je voorkomen dat landen hun verantwoordelijkheid afschuiven. Waar die balans ligt, verschilt per tijd en per technologie.”
Europese harmonisatie
Hoewel Samsom afval primair als een nationale verantwoordelijkheid ziet, pleit hij voor Europese harmonisatie. “Zonder afstemming ontstaat een lappendeken van regels en prikkels.” Volgens hem moet Europa toewerken naar uniforme normen voor inzameling en verwerking. “Als afval overal op dezelfde manier wordt gescheiden, wordt hergebruik veel eenvoudiger. Daarmee benut je optimaal de voordelen van schaalgrootte en innovatie.” Hij voegt daaraan toe: “Als Rotterdam de beste technologie heeft om afval om te zetten in hoogwaardige brandstoffen of grondstoffen, dan moet afval daarheen kunnen worden vervoerd.”
Maximaal benutten
Volgens Samsom zou het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) nationale heffingen op AEC’s moeten vervangen. “Dat zou een stap vooruit kunnen zijn. Ik ben altijd voorstander geweest van het opnemen van afvalverbranding in het ETS. Daarmee ontstaat een Europese prijsprikkel op afvalverbranding, wat bijdraagt aan een gelijker speelveld binnen Europa.” Samsom stelt dat de Nederlandse AEC’s de komende twintig jaar nog nodig zijn. “Gedurende die periode zouden we onze verbrandingscapaciteit ook maximaal moeten benutten.”
Financiële ruimte
Tegelijkertijd benadrukt Samsom dat AEC’s moeten kunnen blijven investeren in schonere technologie. “Je wilt geen verouderde installaties die jarenlang niet meer zijn gemoderniseerd. Bedrijven moeten financiële ruimte krijgen om te verduurzamen, want installaties verouderen als er geen economisch perspectief meer is.” Wat Diederik Samsom betreft is één ding glashelder: “Wat in elk geval niet kan, is het oneindig blijven verhogen van belastingen op afvalverbranding.”
Foto: Tessa Posthuma de Boer
